Je zat vorige week nog in een sprint-review bij een klant, deze week ligt er een doktersbrief op tafel en weet je niet wanneer je weer achter je laptop kunt zitten. Voor een ICT-freelancer begint de financiële pijn op dat moment meteen: er komt geen salaris binnen, maar de hypotheek, zorgverzekering en andere vaste lasten lopen gewoon door. Dit artikel maakt de rekensom concreet: wat kost het echt om als ICT-freelancer onverzekerd te zijn, en wanneer weegt een arbeidsongeschiktheidsverzekering financieel op tegen de premie?
Het stille risico: waarom ICT-freelancers extra kwetsbaar zijn
ICT-professionals denken zichzelf vaak geen hoog risico. Je zit achter een bureau, tilt geen zware dozen en werkt doorgaans in een veilige omgeving. Maar arbeidsongeschiktheid in deze sector is zelden een gebroken been. Het zijn burn-outs, RSI, rugklachten door jarenlang zitten en psychische klachten die de bovenkant van de statistieken domineren. En juist voor freelancers zijn die aandoeningen verwoestend, omdat er geen enkel vangnet actief springt.
Een werknemer in loondienst bouwt automatisch WIA-rechten op, iets waar freelancers en eigenstandige ondernemers mee moeten rekenen. Na twee jaar ziekte, waarbij de werkgever het loon doorbetaalt, kan de WGA of IVA instromen. Niet ideaal, maar er is iets. Als freelancer ben je daar volledig buiten gesloten. Jij bent zelf de werkgever, de werknemer én de verzekeringsmaatschappij, tenzij je dat laatste bewust hebt geregeld.
Wat een collega in loondienst automatisch krijgt
Ter vergelijking: een ICT-medewerker in loondienst met een brutosalaris van 5.000 euro per maand heeft bij langdurige ziekte recht op loondoorbetaling gedurende twee jaar (minimaal 70 procent). Daarna volgt de WIA-beoordeling. Bij een WGA-uitkering en gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid is de uitkering afhankelijk van het verlies aan verdiencapaciteit, maar reken op 70 procent van het dagloon over het verloren deel. Het inkomensgat is al merkbaar, maar er is structuur.
Als freelancer mis je die twee jaar loondoorbetaling volledig. Dag één zonder opdracht is dag één zonder inkomsten. Dat maakt het startpunt van het risico fundamenteel anders.
De rekensom voor een 35-jarige ICT-freelancer
Stel: je bent 35 jaar, verdient gemiddeld 80.000 euro bruto per jaar als backend-developer en hebt een hypotheek van 1.400 euro per maand plus normale vaste lasten. Je wilt weten wat drie varianten van een AOV je kosten en opleveren.
De premies hieronder zijn indicatief op basis van gangbare marktoffertes voor ICT-beroepen zonder medische voorgeschiedenis, beroepsarbeidsongeschiktheid, looptijd tot 67 jaar:
- Basis (eigen risico 1 jaar, dekking 60% van inkomen tot 55.000 euro): circa 180 tot 230 euro netto per maand. Bij uitval na het eigen risicojaar ontvang je ongeveer 2.750 euro netto per maand.
- Midden (eigen risico 6 maanden, dekking 70% tot 65.000 euro): circa 280 tot 360 euro netto per maand. Uitkering circa 3.200 euro netto.
- Volledig (eigen risico 2 maanden, dekking 80% tot 80.000 euro): circa 420 tot 550 euro netto per maand. Uitkering circa 4.400 netto.
De premie is fiscaal aftrekbaar als ondernemerskosten, wat de nettolast verlaagt met ruwweg 37 tot 49 procent afhankelijk van je belastingschijf. Een premie van 350 euro bruto kost je netto dus eerder 180 tot 220 euro per maand. Dat is relevant voor de afweging.
De rekensom voor een 45-jarige ICT-freelancer
Op 45 jaar zijn de premies merkbaar hoger omdat de kans op uitval statistisch toeneemt én de looptijd tot 67 jaar korter is. Voor een vergelijkbaar profiel (solution architect, 90.000 euro omzet, geen voorgeschiedenis) liggen de premies voor dezelfde drie varianten ruwweg 40 tot 70 procent hoger dan bij 35 jaar. De basisvariant kost dan al snel 300 tot 380 euro netto per maand.
De vraag die veel 45-plussers stellen: weegt de premie nog op? Reken het door. Als je op 45 jaar een AOV afsluit tot 67 jaar, betaal je 22 jaar premie. Bij 350 euro per maand is dat in totaal bijna 92.400 euro aan premies (zonder indexatie). Als je tussen je 45e en 67e één keer twee jaar volledig arbeidsongeschikt bent en een uitkering van 3.500 euro per maand ontvangt, ontvang je al 84.000 euro. En dat is slechts twee jaar uitval in 22 jaar. Statistisch is het risico reëel genoeg om serieus te nemen.
Vergelijking: AOV-only, broodfonds-only en hybride model
| Constructie | 35 jaar (maandlast netto) | 45 jaar (maandlast netto) | Max. uitkeringsduur | Geschikt voor |
|---|---|---|---|---|
| AOV-only (korte eigen risico) | 250 tot 350 euro | 350 tot 500 euro | Tot AOW-leeftijd | Beperkte buffer, vaste hoge lasten |
| Broodfonds-only | 100 tot 200 euro | 100 tot 200 euro | Maximaal 2 jaar | Jonge starter, laag risicoprofiel, flexibel leven |
| Hybride (lang eigen risico + eigen reserve) | 150 tot 220 euro | 220 tot 320 euro | Tot AOW-leeftijd | Gevestigde freelancer met buffer van 40.000 euro of meer |
De eigen reserve als eerste schil
Een eigen risicotermijn van één jaar klinkt stoer totdat je uitrekent wat dat betekent. Bij een maandelijkse behoefte van 3.500 euro (hypotheek, boodschappen, verzekeringen, belastingreservering) heb je 42.000 euro nodig om één jaar te overbruggen. Voor twee jaar: 84.000 euro. Dat is geen onhaalbaar bedrag voor een gevestigde ICT-freelancer met vijf jaar werkervaring en spaardiscipline, maar het is ook niet vanzelfsprekend aanwezig.
De buffer moet bovendien echt liquide zijn. Een overwaarde op je huis of een pensioenrekening telt niet mee. Pas als dit geld gewoon op een spaarrekening staat, mag je er in je berekening mee rekenen.
Broodfonds in de ICT: eerlijk over de grenzen
Broodfondsen zijn populair in de freelancewereld en worden ook in ICT-kringen gebruikt. Je spaart maandelijks in een gezamenlijke pot en bij uitval ontvang je een uitkering van de groep, maximaal 2,5 procent van jouw inleg per maand, voor maximaal twee jaar. Dat is solidariteit op een herkenbare schaal en het kost weinig.
Maar wees eerlijk over wat het niet biedt. Na twee jaar stopt de uitkering volledig. Als jij op je 38e een chronische aandoening ontwikkelt die je vijf jaar uit de markt houdt, houdt een broodfonds na jaar twee op. Een traditionele AOV niet. Voor een junior freelancer met weinig vaste lasten en een tijdelijk project kan een broodfonds als tussenoplossing werken. Voor een 43-jarige met een hypotheek, kinderen en een langdurig risico is het onvoldoende als enige dekking.
De slimste combinatie per profiel
Starter met weinig buffer (28 tot 35 jaar, minder dan 15.000 euro spaargeld): Sluit een AOV af met een eigen risico van 3 tot 6 maanden, kies beroepsarbeidsongeschiktheid en een gemiddeld dekkingsniveau. Combineer dit eventueel met een broodfonds voor de eerste maanden. De premie is op jouw leeftijd nog laag en de bescherming loopt mee tot je 67e.
Gevestigde freelancer met spaarvermogen (35 tot 45 jaar, meer dan 50.000 euro liquide): Het hybride model werkt goed. Neem een AOV met een eigen risico van één of twee jaar, en gebruik je eigen buffer voor de eerste schil. Je betaalt aanzienlijk minder premie terwijl de lange-termijn bescherming intact blijft.
Freelancer boven de 42 met beperkte looptijd: Reken concreet door wat de totale premielast is versus het risico. Heb je nauwelijks buffer en hoge vaste lasten, dan is een AOV vrijwel altijd de rationele keuze, ook al voelt de premie hoog. Heb je al 80.000 euro gespaard, een hypotheek van nog 8 jaar en relatief lage lasten, dan is zelfverzekering een serieuze optie om te berekenen.
Waar zitten de premieverschillen tussen verzekeraars
Voor ICT-beroepen variëren de premies fors tussen aanbieders. Twee verzekeraars kunnen voor exact hetzelfde profiel een verschil van 30 tot 50 procent laten zien. Dat verschil zit in hoe zij ICT-beroepen classificeren (sommige zien softwareontwikkelaar als laag risico, anderen middelhoog), hoe zij deeltijdarbeidsongeschiktheid definiëren, en wat de acceptatiecriteria zijn.
Criteria die jouw offerte bepalen: leeftijd, BMI, rookgedrag, medische geschiedenis (ook psychische klachten), sportongelukken en beroepsomschrijving. Een offerte aanvragen bij minimaal drie aanbieders is geen overkill, het is gewoon slim.
Drie vragen die jouw keuze bepalen
Weet je nog niet wat de juiste constructie voor jou is? Beantwoord eerlijk deze drie vragen:
- Vraag 1: Hoeveel liquide buffer heb je nu? Minder dan 20.000 euro? Dan is een korte eigen risicotermijn verstandig. Meer dan 50.000 euro? Dan verdient het hybride model serieuze overweging.
- Vraag 2: Wat zijn je vaste maandlasten? Hypotheek, alimentatie, kinderopvang, minimale ondernemingskosten. Dat getal bepaalt hoeveel maanden je het redt zonder inkomen en dus hoe lang je eigen risico realistisch kan zijn.
- Vraag 3: Hoe lang is jouw resterende looptijd tot je 67e? Hoe langer, hoe meer waarde een AOV heeft. Boven de 55 jaar wordt de verhouding complexer en loont individueel doorrekenen nog meer.
Een AOV lost niet alles op, maar het verschil tussen wel en niet verzekerd zijn is bij langdurige uitval al snel tienduizenden euro’s. Het hybride model, waarbij je eigen reserve de eerste periode opvangt en een AOV met een lang eigen risico de rest afdekt, werkt voor de meeste gevestigde ICT-freelancers het best. Vraag minimaal drie offertes aan, vergelijk de voorwaarden op de definitie van arbeidsongeschiktheid, en kijk niet alleen naar de premie maar ook naar wat er in de kleine lettertjes staat. Dat is het werk dat je nu doet om jezelf later niet in de problemen te brengen.