Ondernemer bekijkt merkregistratiedocumenten aan een bureau Ondernemer bekijkt merkregistratiedocumenten aan een bureau

Merk registreren in Europa: wat kost het, hoe werkt het en wanneer heb je het nodig als ondernemer?

Je hebt een aangetekende brief ontvangen van een advocatenkantoor in Duitsland. Een bedrijf daar heeft jouw merknaam al eerder laten registreren als Europees merk en eist dat je stopt met het gebruik ervan. Je webshop draait goed, je klanten kennen je, maar juridisch gezien gebruik je een naam die van iemand anders is. Dit soort conflicten zijn geen uitzondering: in Nederland lopen er regelmatig zaken waarbij ondernemers ontdekken dat de naam waar ze alles op hebben gebouwd, niet van hen blijkt te zijn. Wanneer moet je een merk registreren in Europa, wat kost het precies, en voor wie loont het echt?

Hoe merkdiefstal in de praktijk werkt

Merkdiefstal klinkt dramatisch, maar de meeste gevallen zijn geen kwaadwillende actie. Een concurrent in een andere markt kiest toevallig dezelfde naam, vraagt netjes een merkregistratie aan, en heeft daarmee wettelijk het recht om jou te verzoeken te stoppen. Wie het merk als eerste registreert, staat sterk, niet wie de naam als eerste in gebruik nam.

Soms is het wél opzettelijk. Er bestaan bedrijven die populaire lokale merknamen opkopen voordat de eigenaar ze internationaal heeft vastgelegd, om ze daarna duur te verkopen. Dit heet ’trademark squatting’ en is in de EU verboden als er sprake is van kwade trouw, maar een rechtszaak kost je al snel jaren en duizenden euro’s. Voorkomen is hier duidelijk goedkoper dan genezen.

Benelux of EUIPO: twee routes naast elkaar

Je hebt als ondernemer twee hoofdopties als je een merk officieel wilt vastleggen.

De Benelux-registratie via het BOIP (Benelux Office for Intellectual Property) dekt Nederland, België en Luxemburg. Dit is zinvol als je uitsluitend in deze drie landen actief bent en daar ook wilt blijven. Een Benelux-merk is goedkoper en de procedure verloopt in de meeste gevallen sneller.

De EU-merkregistratie via het EUIPO (European Union Intellectual Property Office) dekt alle 27 EU-lidstaten in één aanvraag. Duitsland, Frankrijk, Spanje, Italië, alles zit erin. Dit is de route die je kiest als je nu al in meerdere landen actief bent, of als je dat serieus overweegt. Een EUIPO-registratie werkt op basis van klassen: per productcategorie of dienstverlening registreer je apart, vergelijkbaar met de Benelux-systematiek.

Belangrijk verschil: als iemand in één EU-land bezwaar maakt tegen jouw EUIPO-aanvraag en dat bezwaar gegrond wordt verklaard, kan je volledige EU-aanvraag worden afgewezen. Bij de Benelux-route is de scope kleiner, maar daarmee ook de kans op conflicten.

Wat het kost: officiële tarieven op een rij

Hieronder zie je wat je officieel betaalt, zonder merkgemachtigde. De tarieven zijn gebaseerd op de geldende regels in 2026.

Onderdeel EUIPO (EU-merk) BOIP (Benelux-merk)
Basisregistratie (1 klasse) € 850 € 244
Tweede klasse € 50 € 73
Derde klasse en verder (per klasse) € 150 € 73
Verlenging na 10 jaar (1 klasse) € 1.000 € 269
Kosten merkgemachtigde (schatting) € 500 tot € 1.500 € 300 tot € 800

Met een merkgemachtigde betaal je dus al snel tussen de € 1.350 en € 2.350 voor een EU-registratie in één klasse. Zonder gemachtigde kun je de aanvraag zelf indienen, maar dan loop je het risico van verkeerde klasseindeling of een afwijzing die je achteraf meer kost dan de gemachtigde zou hebben gekost.

Doorlooptijd: van aanvraag tot inschrijving

De procedure bij het EUIPO verloopt globaal zo:

Stap 1: Je dient de aanvraag in via het online portaal van het EUIPO. Daarin beschrijf je het merk (naam, logo of allebei), de klassen en de houder.

Stap 2: Het EUIPO beoordeelt of de aanvraag formeel en inhoudelijk in orde is. Dit duurt doorgaans twee tot vier weken. Als er bezwaren zijn over onderscheidend vermogen, ontvang je een brief en heb je de kans te reageren.

Stap 3: Na goedkeuring wordt het merk gepubliceerd in het Europees Merkenblad. Derden hebben dan drie maanden de tijd om bezwaar te maken. Dit is het moment waarop houders van oudere, vergelijkbare merken kunnen ingrijpen.

Stap 4: Als er geen bezwaar wordt ingediend, of als bezwaren worden afgewezen, wordt het merk ingeschreven. Totale doorlooptijd zonder bezwaar: vier tot zeven maanden. Mét een bezwaarprocedure kan dit oplopen tot anderhalf jaar of meer.

Bij het BOIP is de procedure vergelijkbaar, maar de publicatietermijn voor derden is twee maanden en de totale doorlooptijd is iets korter.

Wanneer heb je het nodig? Drie signalen dat je te lang wacht

Je kunt blijven twijfelen, maar er zijn situaties waarbij actie dringend is. Heb je een directe concurrent in jouw niche die groeit en geen merk heeft geregistreerd? Dan is de kans reëel dat jullie allebei op hetzelfde idee komen. Exporteer je naar Duitsland, België of een ander EU-land, ook al is het maar via je webshop? Dan val je al onder de werking van EU-merkrecht. Voer je gesprekken met investeerders of retailers? Die vragen bij due diligence standaard naar merkbescherming, en een ontbrekende registratie is een serieuze onderhandelingspositie.

Voor wie is EU-registratie nu al de moeite waard

Een zzp’er die eigenhandig gemaakte sierraden verkoopt via Instagram en een lokale markt, heeft aan een Benelux-registratie meestal genoeg. De overhead van een EU-aanvraag weegt dan niet op tegen de bescherming die het biedt.

Een SaaS-startup die een product bouwt voor de Europese markt, heeft wél direct baat bij EU-merkbescherming. Software schaalt makkelijk over grenzen, en een merknaamconflict in Duitsland of Frankrijk op het moment dat je daar groeit, is een kostbare vertraging.

Een fysieke winkel die online opschaalt en al bestellingen krijgt uit België en Duitsland, zit in de gevarenzone. Je bent technisch gezien al actief in meerdere EU-landen en je Benelux-merk dekt Duitsland niet. Een EU-registratie is hier een logische volgende stap, zelfs als je die stap kleiner voelt dan hij is.

De valkuilen die geld kosten

De meeste fouten worden niet gemaakt bij de aanvraag zelf, maar ervoor. De drie meest voorkomende:

  • Een naam kiezen die niet registreerbaar is. Beschrijvende namen zoals ‘De Goedkope Loodgieter’ of puur geografische namen worden doorgaans geweigerd. Een merk moet onderscheidend zijn.
  • Verkeerde klassen aanvinken. Registreer je alleen in klasse 25 (kleding) maar verkoop je ook accessoires die onder klasse 14 vallen, dan ben je voor dat deel onbeschermd. Klassen achteraf toevoegen kost geld en tijd.
  • Denken dat een KVK-inschrijving beschermt. Een handelsnaam bij de KVK geeft beperkte bescherming op basis van het handelsnaamrecht, maar dat is niet hetzelfde als merkrecht. KVK registreert geen merken, en je kunt geen exclusief recht claimen op een naam op basis van je KVK-inschrijving alleen.

Drie vragen om te bepalen of je nu moet handelen

Je kunt in vijf minuten een eerlijke afweging maken met deze drie vragen:

Vraag 1: Verkoop je al buiten de Benelux, of ben je dat concreet van plan binnen het komende jaar? Als het antwoord ja is, overweeg dan direct een EU-aanvraag via het EUIPO.

Vraag 2: Is jouw merknaam origineel en onderscheidend genoeg om beschermd te worden? Twijfel je hierover, laat dan eerst een zekerheidsonderzoek doen door een merkgemachtigde. Dat kost je honderd tot tweehonderd euro en voorkomt een dure afwijzing.

Vraag 3: Zijn er al soortgelijke namen in jouw branche actief in Europa? Doe een gratis vooronderzoek via TMview (de officiële Europese merkendatabase) en kijk of er conflicten zijn. Zijn die er, overleg dan met een merkgemachtigde over hoe je je aanvraag het sterkst kunt indienen of formuleren.

Kom je uit op twee of drie keer ‘ja’, handel dan nu. Niet omdat het goedkoop is, maar omdat het later duurder wordt.

Je merknaam is niet automatisch van jou omdat je hem gebruikt. Pas als je hem vastlegt, heb je een juridisch afdwingbaar recht. Voor ondernemers die al internationaal actief zijn of dat serieus overwegen, is een Europese merkregistratie via het EUIPO geen overbodige stap. De kosten zijn behapbaar, de procedure is overzichtelijk. Begin met een vooronderzoek via TMview en schakel bij twijfel een merkgemachtigde in. Die investering is een stuk kleiner dan de kosten van een merkenrechtelijk conflict achteraf.